Piet Maris van Jaune Toujours: “Wij zijn een stijl op zijn eigen”
Wereldmuziek, folk, French rock,
ska, gypsy of mestizo: voor
hokjesfanaten is Jaune Toujours misschien de vleesgeworden nachtmerrie,
de opzwepende muziek van de aangespoelde Brusselaars krijgt moeiteloos
een bus depressieve bejaarden aan het pogoën. Sterker nog, met de
energie die ze live opwekken, voorzie je heel Bredene van stroom.
Proberen de organisatoren van ManiFiesta die 25ste september Electrabel
te slim af te zijn? Vraag het hen vooral zelf. In afwachting: een
gesprek met Jaune Toujourszanger en -accordeonist Piet Maris.
Thomas Blommaert
Bron: Solidair(...)
“Als
wij optreden in het buitenland denkt het publiek soms dat België op de
rand van een burgeroorlog staat”, aldus Jaune Toujourszanger Piet
Maris. (Foto Face Event)
We zitten op
het terras van de Lakense Brasserie Royale, een café die met de
ontelbare ingelijste portretten van Fabiola haar naam alle eer aandoet,
en neuriën Ici Bruxelles, wellicht het meest bekende nummer van
Jaune Toujours: Bienvenue à Bruxelles, à première vue elle n’est
pas très belle, la capitale du suréel, on te donnera le manuel. Als
Arno met Putain Putain Putain een 20ste eeuwse
versie van de Brabançonne schreef, dan Jaune Toujours met Ici
Bruxelles één voor de 21ste
eeuw. “We zullen in september wel zien hoe relevant dat nog is”, lacht
Maris als hij erbij is komen zitten. Maar we zijn niet zinnens om dit
interview te laten gijzelen door het communautair gehakketak. Onze
eerste vraag is dus heel gewoon:
Jaune Toujours zou genoemd zijn naar een acute
aanval van hepatitis. Klopt dat?
Piet Maris. Gedeeltelijk. Voor de
oprichting had ik al een aantal andere groepen met Franse namen achter
de rug en ik was ook hevig fan van Negresses Vertes. Bovendien zat een
schilderende kennis van mij in een gele periode, waardoor
iedereen hem ‘de Jaune’ noemde. And last but not least merkte een
vriendin toen op: ‘Maar Piet, gij ziet helemaal geel!’ Ik bleek
geelzucht te hebben. Vandaar dus Jaune Toujours. Achteraf hebben fans
mij op nog iets anders gewezen: geel is de middenste kleur van de
Belgische vlag, de kleur die de gemeenschappen bij elkaar houdt. (grijnst)
Dat vind ik wel tof.
Voor hokjesdenkers moet Jaune Toujours een
nachtmerrie zijn. Hoe zou u de muziek zelf omschrijven?
Piet Maris. Mensen zeggen soms: ‘Dit
klinkt
als Jaune Toujours’. Dat is natuurlijk het schoonste compliment dat je
kan krijgen, al heeft iemand die ons niet kent daar niks aan,
natuurlijk. Maar een goede omschrijving? Doe maar een combinatie van
rock met wereldmuziek. Of nee, doe maar onze laatst gekregen stempel: kick
ass roots. We hebben iets rootsy door ons instrumentarium
en door onze groovy
manier van spelen en bovendien is onze muziek heel energiek. Ach, al
die termen. Het is vooral belangrijk om weten dat wij niet zomaar een
hutsekluts zijn van een aantal stijlkes bijeen. Wij switchen
niet zomaar efkes van pakweg ska naar reggae en terug: we doen
een cross-over waarbij het voor ons heel belangrijk is dat die naturel
aanvoelt, niet gekunsteld. Het resultaat is bij ons meer dan de som van
de delen: een stijl op zijn eigen.
Kun je niet gewoon zeggen dat Jaune Toujours
Brusselse muziek maakt?
Piet Maris. Ja, dat hoor ik geregeld. Het
grappige is: de eerst keer associeerde ik dat met oude folklore,
aftandse instrumenten en het Brussels dialect. Maar als mensen dat
zeggen bedoelen ze dat we het nieuwe Brussel vertegenwoordigen: het
kruispunt van stijlen, talen en cultuur. Daar kan ik me volledig
achterzetten.
Muziek als metafoor voor een samenleving.
Piet Maris. Absoluut. Muziek ís ook een van
de communicatiemiddelen waarmee je snel bruggen slaat. Wat tof is aan
Brussel: je hebt heel veel muzikale scenes in alle mogelijke
vormen en de meeste staan redelijk open. Er is vooral een
gemeenschappelijke mentaliteit die zich uit in heel verschillende
stijlen. Vergelijk het met de Braziliaanse zelfverklaarde Mangue-beatscène:
die gasten zijn niet onder één stijl of noemer te vangen, het is hen om
de openheid van geest en de mix te doen, het is een state of mind.
Als Jaune Toujours Brusselse muziek is, zijn
jullie dan ook bekend in pakweg de Marokkaanse of Turkse gemeenschap?
Piet Maris. Niet evident hé... Ik vermoed
van niet. (pauzeert)
Maar misschien zeg ik dat iets te rap. Onze geluidsman vertelde eens
dat hij een Turks meisje met haar auto door Schaarbeek had zien rijden.
Had horen rijden, eigenlijk. De boxen daverden en er kwam een
lied van Jaune Toujours uit: La Brabançonne des Immigrés.
Je kan misschien niet stellen dat we bekend zijn in al die
gemeenschappen, maar je zal er toch altijd wel mensen vinden die ons
kennen. Ons publiek is sowies enorm heterogeen, hebben we al gemerkt.
Maar vaak zitten onze fans toch met een of andere vorm van engagement
of gebruiken ze onze muziek net om zich op te laden. We hebben al
dikwijls mensen horen zeggen: dit of dat nummer heeft ons echt een hart
onder de riem gestoken.
Ik weet dat je tegenwoordig ‘neen’ hoort te zeggen
op de vraag of muziek de wereld kan veranderen. En het antwoord ís
genuanceerder dan ‘ja’ – ik geloof óók niet België ontstaan is door een
opera, dat zijn verhalen voor de boekskes. Maar ik ben er wél
zeker van dat mensen inspiratie kunnen halen uit muziek of er steun in
vinden. Ik ben er ook zo ene trouwens.
Hoe bent u trouwens zelf in Brussel verzeild
geraakt? U komt van Meerbeke of all places.
Piet Maris. Toen ik moest gaan studeren,
dacht ik: ik kies de meest saaie plek ever uit. Dat was volgens
mij toen Leuven maar dat is een ander verhaal. (lacht luid) Hoe
dan ook, ik belandde pas in Brussel na mijn studies, en specifiek na
een kleine cafétour met een zigeuner. Ik vond een aantal van die
plaatsen waar wij speelden fantastisch. Maar ik voelde ook dat de
muziek hier leefde, en niet op een artificiële manier, niet met groepkes
die repeteren omdat iedereen dat doet en omdat ze graag op de radio
willen gespeeld worden. Neen, muziek is hier op een natuurlijke manier
aanwezig. Om de week zie je hier ergens wel Marokkaanse trommelspelers
en bazuinspelers aan de deur staan voor een of ander trouwfeest. Zonder
daar lyrisch over te willen doen: ik vind dat ongelooflijk. Hier zijn
ook nog ontelbare verenigingen en fanfares.
Dat veel Vlamingen een moeizame relatie met
Brussel hebben? Dat zal wel. Ik zeg ook niet dat deze stad alleen
euforie is, hoor. Na zoveel jaar stel ik nog dagelijks mijn beeld bij.
Het is niet evident om in Brussel te wonen, je kan hier niet arriveren
en je strandstoel buitenzetten: het vraagt ook inzet, en volharding.
Het is geven en nemen. Brussel rommelt soms maar blijft wel boeiend. Ik
hou vooral van de openheid en de mentaliteit, die we ook bezingen in Ici
Bruxelles. Hier is iedereen buitenstaander. Je bent een Brusselaar
omdat je hier woont, point.
Als Ici Bruxelles een moderne versie van
de Brabançonne is, dan moet het communautaire gehakketak jullie
pijn doen?
Piet Maris. Goh, voor mij zijn die
communautaire problemen, om het heel onbeschoft uit te drukken,
problemen van mensen met te veel geld en tijd die zich niet hoeven af
te vragen hoe ze de volgende dag zullen overleven en rondkomen. Ik zou
een communautaire explosie vooral een gemiste kans vinden, een pak
gemiste kansen zelfs, een verloren stap in de geschiedenis. Ik snap ook
niet waarom er zoveel tijd en energie in wordt gestoken. Wat betekent
BHV op wereldschaal?
Als wij optreden in het buitenland denkt het
publiek soms dat België op de rand van een burgeroorlog staat. ‘Stel
dat we terug naar huis gaan en we blijken geen land meer te hebben’,
vragen wij dan soms van op het podium, ‘mogen we dan bij jullie komen
wonen?’ Dat vinden ze geweldig. Maar andere voordelen zie ik niet.
Wat is de mafste plaats waar jullie ooit hebben
opgetreden?
Piet Maris. Een brug over een Noorse
fjord.
Het was ontiegelijk vroeg in de morgen en er zaten 200 mensen aan één
lange ontbijttafel. We waren daar als Belgische afvaardiging voor een
festival voor de European Broadcoast Union. Wij waren daar al ter
plaatse, maar onze trompetisten kwamen bij wijze van spreken recht van
de nachtbus, hun kleine oogskes verscholen achter hun
zonnebril. Maar het was een geweldig optreden. Het straffe was ook dat
het daar zo goed klonk, terwijl we semi-akoestisch en butien speelden.
Wat verwachten jullie van ManiFiesta? Correctie:
verwachten jullie eigenlijk iets van ManiFiesta?
Piet Maris. Ik verwacht een heel
pluralistisch feest. Zeker als ik naar de insteek en de programmatie
kijk. Ik hoop dat er een breed publiek opduikt, zodat het geen preek
voor eigen kerk wordt. Het toffe aan ManiFiesta is het veelzijdige,
zeker in deze tijden. Ik ben trouwens benieuwd in welk land we zullen
leven tegen de 25ste september. Misschien wordt ManiFiesta
een grappig curiosium van wat het eigenlijk had kunnen zijn. Nee, ik
vind het heel tof van opzet en hoop dat het zijn impact niet mist. We
komen met veel sympathie en plezier optreden.
Omdat ManiFiesta toch ook het feest van Solidair
is: kan u ons die dag eens geen plezier doen en een Balkanversie van de
Internationale spelen?
Piet Maris. Hmm... (grijnst) Ik
heb
nogal slechte ervaringen met het spelen van de Internationale. Ooit
haalde ik het in mijn kop om tijdens de finale van een rockconcours op
1 mei dat nummer te spelen… op doedelzak. Probleem: ik beheers dat
instrument niet, dus ik had mezelf een spoedcursus gegeven op mijn kot.
Tot groot jolijt van mijn medestudenten, want het was midden in de
blok. Helaas. Door de warmte van de spots boven het podium was het riet
van de doedelzak totaal uitgedroogd. Er kwam gewoon geen klank uit!
Exit doedelzak. Dus de Internationale in Balkanversie, daar moet ik
eens over nadenken...
Alle info over Janue Toujours: www.choux.net en www.myspace.com/jaunetoujours
Alle info over ManiFiesta: http://manifiesta.be
|