8 vragen over de financiële crisis en haar gevolgen voor ons

De beurs speculeert ook met jouw toekomst
21 januari: een zwarte maandag voor de financiële markten. De beurzen van Frankfurt, Londen en Parijs kennen hun sterkste daling sinds 2001. De beurs van Brussel verloor in drie maanden 20 % aan waarde. Op het eerste gezicht kan je zeggen: “Geen reden om me zorgen te maken, ik ben geen grote aandeelhouder....” Maar de grote beleggers willen ons laten opdraaien voor hun crisis.

Henri Houben en François Ferrara
30-01-2008

1. De beurs daalt, moeten we daarvan wakker liggen?

Vorige week ging in de financiële centra de waarde van verschillende aandelen (de stukken van een onderneming die verhandeld worden op de beurs) in vrije val.

Vele beleggers verkopen hun aandelen omdat ze denken dat de bedrijven minder winst zullen maken in de komende periode en hun beurswaarde dus zal dalen.

Wanneer er meer verkopers zijn dan kopers, dalen de prijzen. Vandaag vrezen de aandeelhouders dat de Verenigde Staten voor een economische recessie staan. Een recessie betekent dat de goederenproductie afneemt in plaats van toeneemt.

Als de beurzen zakken, is dat een teken dat het vertrouwen in de economie vermindert. Een lichte daling heeft meestal niet meteen zichtbare gevolgen. Maar een grote crash is een teken voor de patroons om herstructureringen door te voeren in hun ondernemingen. Deze keer zijn er aanwijzingen dat de crash de komende maanden verergert: de miljardair George Soros heeft het zelfs over de ergste financiële crisis van de laatste 60 jaar.

> Top

2. In welke mate beïnvloedt deze crisis de reële economie?

De huidige crisis kan mondiale gevolgen hebben, omdat ze de onbetwistbare koploper van de wereldeconomie, de Verenigde Staten, volop treft.

Momenteel is de economische groei in de VS voor 70 % afhankelijk van de consumptie van de Amerikaanse gezinnen. Door de huidige crisis verliezen de financiële (aandelen) en onroerende (huizen) bezittingen van deze gezinnen veel van hun waarde.

Dat vertaalt zich in een daling van de productie en een stijging van de werkloosheid aan de overzijde van de Atlantische Oceaan.

Aangezien heel de wereldeconomie gelinkt is aan de Amerikaanse economie, door de internationale handel, door het belegde kapitaal en door de belangrijke positie van de dollar in deze wereld, hangen alle grote economische machten: de Europese Unie, Japan, China,… in sterke mate deel af van de goederenuitvoer naar de VS. Als die daalt, krijgen ze te kampen met overproductie (men krijgt niet langer alles verkocht wat men produceert), wat zal leiden tot een daling van de economische groei, van de winsten en van jobs.

> Top

3. Wat zijn de oorzaken van deze financiële crisis?

De oorsprong van de huidige crisis ligt in de eerste plaats bij de Amerikaanse vastgoedcrisis (huizen) van augustus vorig jaar. Eenvoudig gezegd: bij de noodzaak om huizen te bouwen om de Amerikaanse gezinnen te huisvesten. De meeste gezinnen kunnen zo’n uitgave niet meteen financieren en moeten dus geld lenen bij een bank. De banken willen natuurlijk alleen geld lenen aan mensen met een goed inkomen. Hieruit volgt dat er te veel woningen zijn in verhouding tot het aantal mensen dat een huis kan betalen. Er is een overcapaciteit, niet in vergelijking met de behoeften van de mensen, maar in vergelijking met dat deel van de bevolking dat zich een woning kan veroorloven.

Om dit probleem op te lossen, ontwikkelden de banken aan het begin van de 21ste eeuw een nieuw soort lening, ook toegankelijk voor arme gezinnen. Deze leningen werden niet meer voorgeschoten met geld van de bank zelf, maar met geld van zogenaamde hefboomfondsen. Dat zijn fondsen die op de financiële markten speculeren en bereid zijn tot grotere risico’s.

Er wordt dus bijkomend geld in het economisch systeem gepompt om het draaiende te houden en om nieuwe huizen te kunnen bouwen. De vastgoedmarkt trekt dus speculatieve vennootschappen (hefboomfondsen) aan om zijn groei te verhogen. Op dat moment lijkt iedereen er beter van te worden:

- gezinnen met een laag inkomen kunnen een huis kopen,

- de bank die geld leent,

- de verschillende speculatieve vennootschappen die dit geld op de beurs geplaatst hebben

Maar er is meer. De huizen en ook de aandelen in het bezit van de Amerikaanse gezinnen (de helft van de Amerikaanse gezinnen bezit aandelen) dienen als waarborg voor consumptieleningen, bijvoorbeeld voor de aankoop van een auto. Zo werd hun consumptie kunstmatig hoog gehouden.

Maar elk krediet moet ooit terugbetaald worden. De lonen stagneren echter al jaren. Zolang de waarde van zijn aandelen en van zijn huis steeg, kon de werknemer zijn leningen zonder probleem terugbetalen. Maar vorig jaar is heel de machine vastgelopen. De waarde van de aandelen ging in vrije val. Gevolg: de werknemer kan enkel nog op zijn loon terugvallen om terug te betalen. Wat vaak onmogelijk is. Hij wordt gedwongen zijn huis ver onder de oorspronkelijke waarde te verkopen en slaagt er niet langer in zijn leningen af te betalen.

De schuldeisers komen dus ook in de problemen, ook de grote banken. Zo moesten Amerikaanse bankreuzen als Merril Lynch en Citibank gered worden door fondsen in handen van buitenlandse mogendheden (uit de Golf en China)

Erger nog, nu de banken geen zekerheid meer hebben over de financiële gezondheid van hun concurrenten, lenen ze ook niet meer aan elkaar. De beschikbare kredieten worden zeldzamer en dat weegt op de leningen aan de bedrijven. Dit is de aanleiding tot de huidige financiële crisis. De totale verliezen voor de grootbanken bedragen meer dan 600 miljard dollar of meer dan 400 miljard euro.

Maar het zijn vooral de Amerikaanse werknemers die de rekening voorgeschoteld krijgen: ondertussen zijn al 1.500.000 mensen uit hun huis gezet. Men verwacht dat dit getal tegen maart 2008, piekdatum voor de betalingsproblemen, wel eens zal oplopen tot 3 miljoen!

> Top

4. Waarom heeft men, eerst in de Verenigde Staten, later in de rest van de wereld, de enorme toename van de beurzen aangemoedigd?

Voor deze vraag moeten we even terug in de tijd, naar 1973. Toen werd men wereldwijd geconfronteerd met een crisis van overproductie. Een aantal sectoren kreeg de door hen geproduceerde waren niet meer verkocht. Dit was het geval in de automobiel-, de staal- en nog een aantal sleutelindustrieën die een impact hebben op de andere economische sectoren. Er waren te veel producten in verhouding tot wat de mensen konden betalen.

De Amerikaanse politiek om uit deze crisis te geraken bestond in het promoten van de oprichting van financiële mechanismen om de koopkracht van het meest welgestelde deel van de bevolking te verhogen.

Door het promoten van de ontwikkeling van de beurs, begonnen de Amerikaanse gezinnen (waarvan 50% aandelen bezet, veel meer dan in Europa) meer te consumeren op basis van een steeds groter wordende schuldenlast. Deze schuldenlast werd gewaarborgd door de stijging van de aandelen.

Eind jaren ‘90, werd deze beursontwikkeling kunstmatig verder de hoogte ingejaagd door gigantische kapitaalleningen van de andere economische blokken aan de VS.

Sinds 1997 ontvluchtte het kapitaal de zogenaamde ‘Aziatische Tijgers’ om naar de Verenigde Staten te trekken. In de eerste plaats dreven ze technologiesector de hoogte in: kapitaalbezitters vanuit heel de wereld kochten massaal aandelen in nieuwe technologiebedrijven (Internet). Vervolgens crashte deze markt van overgewaardeerde aandelen in 2000-2001. De waarde van financiële activa (aandelen, spaargeld) daalde in de VS met ongeveer 5.000 miljard dollar.

Daarom werden de interestvoeten op toegekende kredieten verlaagd tot 1 % om investeringen in de reële economie te herlanceren. Dat is niet gelukt. In tegendeel, het waren vooral de particulieren die hier gebruik van maakten om zich verder in de schulden te steken en huizen te kopen, waar de prijzen maar van bleven stijgen ... totdat die markt op haar beurt in elkaar stuikte.

Men zou kunnen zeggen dat de Verenigde Staten er op die manier in geslaagd zijn om vanaf 1973 tot vandaag kunstmatig boven hun stand te leven.

> Top

5. Waarom is de dollar zo belangrijk?

De VS hebben lang boven hun stand kunnen leven, omdat de dollar als internationaal betaalmiddel werd aanvaard. Daardoor heeft 86 % van de deviezenhandel met de dollar te maken, verloopt 55 % van de internationale handel in dollars, wordt er in de hele oliewereld alleen met dollars gerekend en bestaat 2/3 van de bezittingen van de centrale banken uit dollars.

De hele wereld is nog altijd verplicht dollars aan te kopen om zijn internationale transacties te financieren, waardoor de dollar in alle landen binnen geraakt. Dat zou nu wel eens kunnen veranderen, omdat de crisis de waarde van de dollar in twijfel trekt. En als de dollar minder vertrouwen krijgt, betekent dat een economisch gezichtsverlies voor de Verenigde Staten en ipso facto ook een verlies van economische macht.

Maar als de dollar valt, zakt heel dat systeem ineen. Daardoor is het te verklaren dat alle grote staten dat scenario wilden vermijden en de dollar ter hulp schoten.

> Top

6. Waarom pompen de centrale banken vers geld in de financiële markten?

In augustus vorig jaar geraakte grote banken in moeilijkheden, omdat ze niet meer in staat waren hun geld te recupereren. Dat verplichtte de centrale banken van de staten om vers geld in de economie te pompen. Dat was een dure operatie, maar ze was nodig om te voorkomen dat veel meer banken failliet zouden gaan.

Sinds de financiële crisis is het wantrouwen algemeen geworden: het systeem is nu compleet ondoorzichtig, de banken willen elkaar geen leningen meer toestaan. Als de banken elkaar niet meer vertrouwen, valt de handel tussen de banken stil. De interventie van de centrale banken moest ervoor zorgen dat de banken toch over cash geld konden beschikken.

Maar de Europese en Aziatische centrale banken zullen de komende maanden ongetwijfeld met nog meer geld de dollar ondersteunen, om te voorkomen dat de crisis nog meer stukken maakt. Dat wil zeggen dat de rest van de wereld kapitalen naar de Verenigde Staten versast om de dollar te redden, in de hoop dat de consumptie in de VS terug op gang komt. Maar zelfs als dat gebeurt, zal het herstel maar heel tijdelijk zijn.

Een andere mogelijkheid is dat de VS zich in een vlucht vooruit storten, dat ze bijvoorbeeld een oorlog beginnen om hun gezag en hun economisch leiderschap aan de wereld op te leggen.

> Top

7. Hoe wil de financiële top ons laten opdraaien voor deze crisis?

De crisis treft nu wel vooral de VS, maar het gevaar is reëel dat ze ook een weerslag krijgt in Europa. Waarom?

A. Omdat de financiële markten onderling verbonden zijn en dezelfde spelers hebben.

B. Omdat in sommige Europese landen, zoals Spanje, Ierland, en Groot-Brittannië de vastgoedsector ook moeilijkheden kent en een gelijkaardige vastgoedcrisis als in de VS niet uit te sluiten valt. Mensen zullen hun huizen moeten verkopen en hun leningen terugbetalen. Dat zal voor grote problemen zorgen in de bouwsector.

C. Omdat sommige Europese banken beleggingen hebben in de Verenigde Staten –vooral in de vastgoedsector – en daarom dreigen zware verliezen te incasseren of zelfs failliet te gaan. Voor de vijfde bank van Engeland is het al bijna zover. De Duitse banken zitten ook in slechte papieren. En België zegt men dat Fortis gevaar loopt. Wat in de banksector gebeurt heeft een grote impact op de rest van de economie.

D. Omdat de teruggang van de consumptie in de VS het economisch leven vertraagt, met ernstige problemen voor de tewerkstelling voor Europese bedrijven die naar de VS uitvoeren.

E. Omdat Europa en Azië de broeksriem zullen moeten aantrekken om een val van de dollar en al wat dat meebrengt te voorkomen. Dat betekent dat geld dat in die landen normaal kan dienen om de economische groei te stimuleren, nu gaat naar het indammen van de schade door de val van de dollar. Enorme bedragen die sociaal konden besteed worden, zullen nu ingezet worden om de financiële markten en de dollar te redden.

> Top

8. Is deze crisis te wijten aan een ontsporing van een goed systeem of moeten we ons vragen stellen bij het economisch systeem zelf?

Het is allemaal een gevolg van de veralgemeende overproductie die we al sinds 1970 kennen. Om hun winsten te verhogen, houden de grote aandeelhouders (de kapitalisten die miljoenen aandelen bezitten) de lonen zo laag mogelijk. Het deel van de lonen in de geproduceerde wereldrijkdom is daardoor met 15 % gedaald. Dat zegt alles over het onevenwicht tussen de goederenproductie en de koopkracht. Het aanbod van consumptiegoederen overtreft de koopkracht van de werkende mensen.

Het systeem heeft zich kunnen redden met het krediet. Dat heeft de Amerikaanse werkende mensen doen consumeren. Maar dat krediet heeft ook de mogelijkheden van de markt om de geproduceerde goederen op te slorpen, sterk overschat door de gevolgen van de overproductie uit te stellen tot het moment dat de leningen moesten worden terugbetaald. En als kapitalen door de overproductie niet meer of minder hun weg vinden naar de productie, vloeien ze naar beursactiviteiten of naar handelsactiviteiten.

Maar die kapitalen hebben geen enkele rijkdom voortgebracht, ze steunen op niets tenzij op een Himalaya van schulden. Het is dan ook heel normaal dat dit kaartenhuis vroeg of laat ineenstort, wat we misschien al de komende maanden zullen meemaken.

Daarom moeten we inderdaad vragen stellen bij het kapitalistisch economisch systeem zelf, zodat de mensen eerst komen en niet de beurs en zijn winsten …

> Top

Meer info?
U kunt Henri Houben of een andere spreker van de PVDA uitnodigen om een conferentie/debat te komen geven over de huidige crisis. Inlichtingen: altImage en 02/504.01.44